Vrijwilliger: Sjerp Weima

Vrijwilliger weidevogelbeschermer 
“Ik kom op plekken waar anderen niet mogen komen, ik ervaar dat als een groot voorrecht. Moet je zien, al die ruimte om je heen, dat is toch prachtig… je bent even in een compleet andere wereld!”

Sjerp Weima (54), in het dagelijks leven hoofd van een ziekenhuislaboratorium, is weidevogelbeschermer in hart en nieren. Dit jaar is zijn dertiende seizoen. Met hem het veld ingaan, is een stoomcursus indiaan worden. Sjerp ‘leest’ het veld. Hij let op tekenen in het gras, op het gedrag van opvliegende grutto’s, kieviten en kraaien, houdt rekening met de hoek van waaruit de wind waait - er is weinig dat hem ontgaat.

“Weidevogelbescherming is een geduldwerkje”, zegt Sjerp. “Ik zit meer dan dat ik loop, zo verstoor ik de vogels het minst en heb ik de meeste kans om nesten te ontdekken.” Uiteindelijk gaat het daar om bij dit werk. Nesten vinden, of een vermoeden van een nest, en dan markeringen plaatsen waar boeren met een grote boog omheen kunnen maaien. “De nesten zelf laten we met rust. Dit werk moet je zeker niet doen als je alleen maar eieren wilt vinden.”

Vrijwilligers aan het werk
Nieuwe vrijwilligers gaan eerst op cursus, en ze lopen een paar keer mee. Tijdens het broedseizoen komen de vrijwilligers verschillende keren in actie, soms wel twee keer per week. Vaak alleen, of in vaste tweetallen - maar soms, als de boer gaat mesten, lopen de vrijwilligers met een hele ploeg tegelijk voor het werk uit, en zetten omgekeerde schalen op de nesten met eieren om ze tegen de mest te beschermen.

Goed contact met de boer
“Het werkt alleen wanneer je goede afspraken kunt maken met de boer”, vertelt Sjerp. “De boer moet het uiteindelijk doen.” ‘Zijn’ boer belt hem op als hij de volgende dag gaat maaien, zodat hij nog even met markeerstokken het veld in kan. Goed contact met de boer is dan ook onontbeerlijk. Elke boer die meedoet, heeft een eigen contactpersoon onder de vrijwilligers.

“Je moet op je kont kunnen zitten en bereid zijn te kijken”, zegt Sjerp. “En gevoel hebben voor het belang van de boer. En je moet er tegen kunnen dat het soms, ondanks alle inspanningen van de boer en de beschermers, gewoon misgaat. Het kan zomaar gebeuren dat een roofvogel een pas uitgekomen nest leegrooft…”

Tekst en portretfoto: Margot Hovenkamp