Vrijwilliger: Ton van Bommel

“Ton, kom eens kijken hoe mooi het hier is!” Over de vers afgegraven grond loopt een spoor van kleine en grotere donkere rondjes, in een min of meer rechte lijn van zeker vijftien meter lang. Naast elk rondje staat een bordje met een nummer erop. Voor de projectleidster van de opgraving en haar medewerkster is het duidelijk: ze zijn zojuist gestuit op de fundering van een huis uit de bronstijd.

Ton van Bommel (68), vrijwilligerscoördinator van de AWN, de Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie die samenwerkt met LEU, is enthousiast. Al tien weken helpt zijn ploeg van zo’n achttien vrijwilligers bij de opgraving op de plek waar het Prinses Maxima Centrum in Utrecht zal komen te staan, en tot nog toe zijn er wel flink wat losse sporen gevonden, maar nog niet zo’n grote vondst. “Heel bijzonder om hier nu bij te zijn”, vindt Ton.

Als puber had hij al belangstelling voor archeologie. Later mocht hij meedoen met een opgraving in Diemen, hij herinnert zich zijn eerste vondst nog goed: een deel van een pot, hij was een uur bezig geweest om ‘m uit te graven. “De eerste vondst is altijd de mooiste!”, glundert Ton. “Bezig zijn met archeologie is één grote ontdekkingsreis, je weet nooit wat je tegenkomt. Ik verdiep me er ook altijd graag in. Nu ga ik bijvoorbeeld meer lezen over boerderijen in de bronstijd, daar weet ik eigenlijk nog weinig vanaf.”

Als nieuwkomers mee willen werken bij een opgraving, moeten ze eerst officieel AWN-vrijwilliger worden. Als ze willen, krijgen ze een korte opleiding over vooronderzoek en opgravingen, doen materiaalkennis op en behalen een certificaat. Bij een project kunnen ze intekenen voor hele of voor halve dagen. “Dan wordt ook wel van je verwacht dat je er echt bent”, zegt Ton. “Alleen bij heel slecht weer gaat het werk niet door. Regenpakken mee dus!” De vrijwilligers graven vrijwel altijd onder toezicht van beroeps-archeologen. “Een kuil graven kan iedereen, maar een beetje interpreteren, dat is toch heel wat anders.”

Behalve meedoen aan het echte graafwerk is er voor de vrijwilligers van de AWN meer te doen. Zo kunnen ze onder meer lezingen en cursussen volgen, promotiewerk verrichten voor de club, of lesgeven aan groep 7 en 8 van basisscholen. Ton: “Daarnaast organiseren we voor kinderen jaarlijks een opgravingsdag. Dan wordt er een heuse opgraving nagebootst. Wij stoppen eerst zelf van alles in de grond.” De leeftijd van de vrijwilligers loopt flink uiteen. Ton: “De jongste is 30, en de oudste  ergens in de 70.” Hoeveel tijd de vrijwilligers aan de vereniging besteden, kunnen ze zelf bepalen.

De opgraving in Utrecht -een echte damesopgraving, zegt Ton- zit er bijna op. In delen is de grond afgegraven, en nadat de sporen zijn gefotografeerd en getekend, is alles weer dichtgegooid. De laatste sleuf ligt nu open. Pas als het hele bouwterrein is onderzocht, mag de projectontwikkelaar z’n gang gaan. Ton wijst op een kronkellijn in de afgraving. “Dat is van een rivieroever uit de Romeinse tijd. Even verderop hadden de dames een prachtige doorsnede gemaakt van de bodem, je kon de indrukken van koeienpoten aan de oever in de klei zien staan! Echt heel erg mooi!”


foto en tekst: Margot Hovenkamp