Video 2 Veenweide Final.00 01 00 00.Still002

Landschapselementen in het veenweidegebied

Het Utrechtse veenweidegebied staat bekend om het open landschap met hier en daar geriefhoutbosjes, en de karakteristieke slagenverkaveling. Steeds meer natuurvriendelijke oevers zorgen voor een leefgebied van allerlei planten en dieren en een goede waterkwaliteit. Aan de randen van de polders vind je knotbomen langs sloten, elzensingels en hoogstamboomgaarden. Wil je deze elementen terugbrengen op je eigen grond? Lees dan verder voor inspiratie en informatie.

Landschapselementen in het veenweidegebied

KR NV Oever

Natuurvriendelijke oever - Een natuurvriendelijke oever is een geleidelijk aflopende overgang van een sloot naar (meestal) grasland. Door de oever flauwer te maken, ontstaan betere leefomstandigheden voor oever- en waterplanten, amfibieën, insecten en vissen. Ook zorgen (extra) planten in de oever voor een zuiverende werking van het water waardoor de waterkwaliteit in de sloot beter wordt. Nadat de oevers zijn vergraven duurt het ongeveer drie tot vijf jaar voordat deze begroeid zijn met de gebiedseigen kenmerkende soorten/vegetatie (mede afhankelijk van de bodem en de waterkwaliteit).

VW Geriefbosje (2)

Geriefhoutbosje - Een geriefhoutbosje is een aangeplant bosje met boomsoorten waarvan het hout gebruikt kan worden voor gereedschapsstelen, bezems of als brandhout. In het westen van de provincie Utrecht wordt het bosje vaak beschermd door een ringsloot. Hierdoor kan er geen vee in komen.

VW Knotwilg

Knotwilgen - De knotboom is een boomsoort waarvan de takken regelmatig worden afgezet (geknot) op ongeveer twee meter hoogte. Vrijwel elke loofboomsoort is hier geschikt voor. Knotbomen kunnen zowel als solitaire boom, bomenrij of bomengroep voorkomen. Ook worden ze gebruikt in houtsingels, houtkades en houtwallen. Vroeger werden de takken van knotbomen gebruikt als takkenbossen voor ovens, oeverbeschoeiing, stelen voor gereedschap en om manden te vlechten. Ook worden knotbomen als (grens) scheiding tussen percelen gebruikt.

VW Griend

Griend - Een griend is een cultuurvegetatie die vooral bestaat uit verschillende soorten wilg of es. Een griend kan jaarlijks afgesneden worden (snijgriend) of om de drie jaar tot op de stobbe worden afgezet (hakgriend). De eenjarige takken van de snijgriend werden vroeger gebruikt om manden te vlechten en als bindhout. Het meerjarige hout van de (essen)hakgriend werd gebruik als rijshout voor waterbouwkundige werken of (bij essenhout) als bonenstaken voor de moestuin.

VW Knotwilgbos

Een knotwilgenbosje in het veenweidegebied

VW Wilgen

Wilgen in het veenweidegebied

VW Griend 2

Griend in het veenweidegebied

VW Griend 3

Griend in het veenweidegebied

UV Beek

Beek

Organisaties in het veenweidegebied die je kunnen helpen:

Woon je in een andere gemeente? Neem dan contact op met jouw gemeente en overleg wat er mogelijk is.

Subsidies:

Een kijkje bij grondeigenaren in het veenweidegebied



Bekijk de karakteristieke landschapselementen die het Utrechtse veenweidegebied uniek maken en maak kennis met grondeigenaren Wim en Gijsbert die zich inzetten voor het behoud van dit landschap.

Elementen in het veenweidegebied

Houtkade




Een houtkade is een lijnvormige aarden waterkering, beplant met boom- en struiksoorten. Vaak worden houtkades beplant met geriefhout.

Houtsingel




Een houtsingel is een met bomen beplante strook langs een sloot die vooral een functie heeft als veekering en eigendomsgrens. In Utrecht komen vaak singels voor die volledig bestaan uit zwarte els, ook wel bekend als elzensingels.

Knotboom




Een knotboom is een boomsoort waarvan de takken regelmatig worden afgezet (geknot) op ongeveer twee meter hoogte. Knotbomen worden als scheiding tussen percelen gebruikt en om oevers te versterken. De takken kunnen worden gebruikt voor oeverbeschoeiing, als stelen voor gereedschap en om manden te vlechten.

Geriefhoutbosje




Een geriefhoutbosje is een aangeplant bosje met boomsoorten waarvan het hout gebruikt kan worden voor gereedschapsstelen, bezems of als brandhout. In het westen van de provincie Utrecht wordt het bosje vaak beschermd door een ringsloot. Hierdoor kan er geen vee in komen.

Natuurvriendelijke oever




Een natuurvriendelijke oever is een geleidelijk aflopende overgang van een sloot naar (meestal) grasland. Door de oever flauwer te maken, ontstaan betere leefomstandigheden voor oever- en waterplanten, amfibieën, insecten en vissen. Ook zorgen extra planten in de oever voor een zuiverende werking van het water waardoor de waterkwaliteit in de sloot beter wordt.

Vragen aan het Kennisnetwerk Kleine Landschapselementen

Isabel Kruisheer
Projectleider Natuurinclusieve samenleving
i.kruisheer@nmu.nl

Tjitske Zeekant
Projectmedewerker
t.zeekant@landschaperfgoedutrecht.nl