Word vrijwilliger Word donateur
LEU Vrijwilligersdag 17
Buiten genieten

Kom in actie en help mee!

Klompenpaden in de provincie Utrecht

Klompenpad van de maand!

- Het Stoetwegenpad bij Driebergen, Zeist en Bunnik - 

Tijdens deze wandeling van 11 kilometer ontdek je het mooie buitengebied van Driebergen, Zeist en Bunnik. Je loopt door een oud agrarisch gebied, prachtig aangelegde parkbossen, over historische landgoederen met buitenplaatsen en langs de Kromme Rijn.

Gerechten Stoetwegen en De Breul
De Kromme Rijn was ooit de hoofdloop van de Rijn en is voor de vorming van dit gebied heel belangrijk geweest. Na de afdamming van de rivier bij Wijk bij Duurstede in 1122 bleef er maar een kleine rivier over. En vanaf die tijd konden ook in deze omgeving stukken grond geschikt gemaakt worden voor bewoning en agrarische doeleinden. Eén van deze bewoonbaar gemaakte gebieden kreeg de naam Stoetwegen dat uiteindelijk het gerecht Stoetwegen werd. Gerechten waren de voorlopers van wat tegenwoordig een gemeente is en werden ook wel lage heerlijkheden of ambachtsheerlijkheid genoemd. Ten noorden van de Driebergseweg begint gerecht De Breul met het gelijknamige landgoed. In 1798 werden een aantal gerechten in de omgeving, waaronder Stoetwegen en Breul, samengevoegd tot de gemeente Zeist. In de Franse tijd veranderde dit weer tot in 1811 de samenvoeging definitief werd.

Perenlaantje en Bunsinglaan
Het Perenlaantje is een oude houtkade op de grens van het ontginningsgebied Stoetwegen. Kades werden om de percelen heen gelegd om het water uit de omringende gebieden tegen te houden. Het is niet duidelijk waar het Perenlaantje zijn naam aan te danken heeft, want tegenwoordig staan er voornamelijk elzen, meidoorn, esdoorn en essenhakhout. Nog een verwijzing naar de oude ontginning is de vroegere benaming van de Bunsinglaan: de Stoetwegensedijk. De Bunsinglaan heeft zijn uiteindelijke naam te danken aan boerderij De Bunsing. Deze boerderij is vanaf het jaar 1540 bekend en was toen eigendom van het vrouwenklooster van Benedictinessen te Oostbroek.

Kwelwater
In de middeleeuwen stond hier de ridderhofstad Blikkenburg, dat in 1672 grotendeels werd verwoest door de troepen van Lodewijk XIV. Het huidige huis en het park zijn rond 1850 tot stand gekomen. Op het landgoed komt kwelwater naar boven, zoals op meerdere plekken in de Utrechtse Heuvelrug. Het regenwater dat op de zandige ondergrond valt, zakt in de bodem. Er ontstaat zo een ondergrondse waterstroom die van een hoog naar een laag gebied stroomt en onder druk naar boven wordt gestuwd. Het meeste kwelwater is heel lang onderweg, soms honderden jaren. Het oude en schone water zorgt ervoor dat planten zoals waterdrieblad, dotterbloem en echte koekoeksbloem hier voorkomen.

Natuurakker
Sinds enige jaren probeert het Utrechts Landschap natuurakkers met de specifieke flora en fauna weer terug te krijgen in het landschap. Dat blijkt succesvol want plantensoorten als de spiesleeuwenbek en ook eironde leeuwenbek die in Utrecht door schaalvergroting in de landbouw uit de akkers verdwenen waren, komen hier nu weer voor. Ook zijn er inmiddels vele korenbloemen te zien. De akkers zijn ook van belang voor dieren, zoals de patrijs. Die kwam hier vroeger nog volop voor, maar is de laatste decennia sterk achteruit gegaan. Ook wordt geprobeerd om het graan in de winter te laten staan, zodat akkervogels deze lastige periode makkelijker kunnen doorkomen.

Landgoed Wulperhorst
Blikvanger van landgoed Wulperhorst is het witte huis, dat in 1858 in neoclassicistische stijl werd gebouwd. Jonkheer J.L.R.A. Huydecoper gaf opdracht tot de bouw en hij had ook het naburige landgoed Blikkenburg en Slot Zeist in zijn bezit. Het park werd in 1772 in formele stijl ontworpen door P.H. Copijn, maar in 1858 omgevormd tot de landschapsstijl. Van de eerdere formele tuin resteert als belangrijkste element nog het grand canal, dat oorspronkelijk van de Tiendweg tot de Kromme Rijn liep. De statige waterpartij moest de diepte van de tuin en de grootsheid van het landgoed benadrukken. Van de formele aanleg resteren ook nog een aantal rechte beukenlanen.

Kromme Rijn
Eens was de Kromme Rijn de hoofdstroom van de Rijn. Door de afdamming in 1122 bij Wijk bij Duurstede was het nog slechts regionaal van betekenis voor afvoer van regenwater en lokale scheepvaart. De landbouwproducten uit het Kromme Rijngebied werden over het water naar de stad vervoerd. Het pad langs het water is een jaagpad en werd eeuwenlang gebruikt om schepen stroomopwaarts te slepen door man of paard. In de loop der tijd verlandde de Kromme Rijn steeds meer. Er stroomde zo weinig water door, dat paard en wagen door de bedding konden rijden. In de 19de eeuw werd de rivier sterk verbeterd. Niet het vervoer over water was daarvoor de reden, maar het onder water zetten van delen van de provincie Utrecht voor de Hollandse Waterlinie.

Faunapassage
De onderdoorgang die hier al was, is geschikt gemaakt als faunapassage voor met name kleinere diersoorten toen de A12 verbreed werd. Zo is aan één zijde van de Rijnwijcksewetering een natuurvriendelijke oever gemaakt, om het voor kikkers en ringslangen makkelijker te maken om zich te verplaatsen. Daarnaast zijn langs de wand ook enige houtstammen neergelegd, om kleine zoogdieren, zoals marterachtigen en muizen, de oversteek mogelijk te maken. Voor reeën is een grote wildtunnel iets meer naar het oosten onder de A12 aangelegd.

Essenhakhout
Op Landgoed Rijnwijck is niets meer terug te vinden van de buitenplaats die hier stond van de 17de tot halverwege de 19de eeuw. Op het landgoed dat nu een bosgebied is, komt nog het zeldzame essenhakhout voor. Essenhakhout komt in Nederland, en zelfs in de wereld, nauwelijks meer voor. Om essenhakhout te behouden moet het in ieder geval eens in de 10 jaar worden afgezaagd, zodat daarna de takken weer kunnen uitlopen. Sinds de middeleeuwen werden essen geplant voor de houtproductie. De takken waren taai en daardoor heel geschikt voor het maken van stelen voor gereedschap. Als er eerder gesnoeid werd, kon het kleinere hout worden gebruikt om bijvoorbeeld hoepels voor tonnen te maken en houtkachels te stoken.

Station Driebergen-Zeist
In 1844 werd de spoorlijn Amsterdam - Utrecht doorgetrokken via Driebergen naar Arnhem. De maatschappij die de spoorlijn aanlegde, verwachtte veel goederen via het spoor te kunnen vervoeren. Maar het vervoer van personen bleek veel winstgevender. Al vanaf de 16de eeuw bouwden rijke stedelingen, vooral Amsterdammers, buitenplaatsen om daar een deel van de zomer door te brengen. Toen het vervoer makkelijker werd, konden mensen hier permanent wonen en verrezen er meer prachtige landhuizen, met daaromheen tuinen in de Engelse landschapsstijl zo groot als parken. Het snoer van landgoederen dat daardoor ontstond werd bekend als de Stichtse Lustwarande. Bij de aanleg van de spoorlijn werd helaas geen rekening gehouden met de oorspronkelijke inrichting van het landschap. Landgoederen, weilanden en akkers werden rigoureus in tweeën geknipt en de doorgang van oude paden en wegen werd versperd.

Startpunt: Pannenkoekenhuis en lunch-restaurant Princenhof, Hoofdstraat 1, Driebergen

> Lees meer over het Stoetwegenpad

1. Ik wil wandelen

Houd je ontzettend veel van wandelen en wil je weten waar hele mooie plekken in het buitengebied van de provincie Utrecht zijn? Loop dan eens een Klompenpad!

Op de Klompenpaden website vind je alle paden, hun routes en hun bijzonderheden. De handige Klompenpad-app geeft je op de route allerlei handige en interessante informatie over de paden en hun omgeving.

2. Ik wil meedoen

Ben je vrijwilliger voor de Klompenpaden en wil je weten wanneer er weer cursussen of bijeenkomsten zijn? Houd dan de Agenda op de website in de gaten.

Ontvang je de vrijwilligers nieuwsbrief al? 
Acht keer per jaar informeren we je via deze nieuwsbrief over leuke activiteiten, mooie initiatieven en vacatures. 

Draag jij als ondernemer de Klompenpaden een warm hart toe?
Denk er dan eens aan om de Klompenpaden te steunen. Dit kan al met een kleine bijdrage.